Interview met Genio de Groot over 'De Onzichtbare Verzameling'

Benefiettheatervoorstellingen 23, 24 en 25 juni in Upstream Gallery

Interview met Genio de Groot over 'De Onzichtbare Verzameling'

Interview door Marco de Koning met Genio de Groot.

Upstream Gallery benaderde acteur Genio de Groot (Het zakmes, ANNE, Ontdekking van de Hemel) voor het geven van een benefietvoorstelling in de galerie aan de Kloveniersburgwal. De opbrengst gaat naar de buren: dagopvang De Kloof van vrijwilligersorganisatie De Regenbooggroep. Deze organisatie wil de ontwikkeling stimuleren van mensen die leven in sociale armoede zodat zij actief kunnen deelnemen aan de maatschappij. De Groot legt uit waarom hij dit initiatief graag ondersteunt.

Waarom een theatervoorstelling in een kunstgalerie? 

Er komt straks in de galerie een bijzonder krachtenspel samen: kunst, theater en sociale armoede. De voorstelling heet De onzichtbare verzameling naar de novelle van Stefan Zweig. Het verhaal speelt zich af in de crisistijd in Duitsland tussen de twee wereldoorlogen. De hoofdpersonages zijn een blind geworden kunstverzamelaar en een antiquair die zijn zinnen heeft gezet op de waardevolle verzameling van de blinde. Door de hyperinflatie belandt de familie van de blinde, zoals zovelen destijds, in een toestand van honger en armoede. De familie smeekt de kunsthandelaar om hulp want de verzamelaar peinst er niet over zijn kunst te verkopen om de nood te lenigen. De smeekbede van de familie maakt de handelaar uiteindelijk medeplichtig aan een delicaat spel van list en bedrog. Tegelijkertijd herontdekt de handelaar een rijkdom die hij was vergeten en die hem met ontzag vervult. Dat is nl de onvoorwaardelijke liefde van de blinde voor de geestelijke waarde van zijn kunstbezit.

wat maakt dit verhaal van Zweig voor jou zo bijzonder?

Het heeft ook raakvlakken met mijn achtergrond. Ik ben geboren in 1953 in Maastricht in een groot gezin. De sociale armoede in onze omgeving was zichtbaar en voelbaar. Zeg maar gerust dat er nog naoorlogse verpaupering heerste in het deel van de binnenstad waar wij woonden. Ook bij ons thuis - mijn ouders waren beiden beeldend kunstenaar - was het in die tijd geen vetpot. Toch herinner ik me vooral een jeugd waarin de sociale verbondenheid groot was. Er waren weleens vechtpartijen in de buurt en er was ellende maar de mensen kwijnden niet weg in eenzaamheid. Als het erop aankwam hielp men elkaar en begreep men elkaar. Mijn ouders werkten hard maar waren geen carrièretijgers. Zij stonden even dichtbij de gewone man als bij de elite waarvan de opdrachten moesten komen. Van mijn ouders heb ik leren kijken. Hun fascinatie voor de natuur, voor mensen en het leven, en hoe je dat kunt vormgeven, was mijn leerschool.

verwerk je dan ook persoonlijke ervaringen in je voorstelling?

Het gevecht van mijn ouders om door middel van kunst maatschappelijk te functioneren in de naoorlogse tijd was even moeizaam als leerzaam. Geldgebrek bracht onzekerheid met zich mee maar dat deerde ons gezin niet wezenlijk. Het maakte ons ook als kinderen niet ongelukkig. We waren creatief en mentaal voelden we ons rijk. Totdat onze kwetsbaarheid een keer onverwacht hard aankwam en grote indruk maakte. Ik was 10 jaar en liep hand in hand met mijn vader. We waren op weg naar de Raad van de Arbeid om de kinderbijslag op te halen en ik meende al te merken dat hij ergens tegenop zag. Ik kwam daar snel achter. De ambtenaar van dienst bekeek het formulier dat hij had ingevuld en las hem toen ongenadig de les over zijn lage inkomen. Mijn vader, die mijn moeder en zijn zes kinderen altijd onbaatzuchtig en met liefde bejegende, die sober leefde en alles wat hij had deelde, een man die altijd respectvol omging met mensen en het niet accepteerde als een klant of bezoek zich laatdunkend uitliet over werklui of fabrieksarbeiders, mijn hardwerkende vader dus, die meer dan eens voor een habbekrats een beeld maakte op verzoek van een armlastige parochiepastoor of voor de kloosterzusters om de hoek, kreeg de wind van voren. Van een benepen ambtenaar die er genoegen in schiep hem te vernederen: “ U moest u schamen. Bent u nou een voorbeeld voor uw zoontje? U houdt nog liever uw hand op dan fatsoenlijk voor uw gezin te zorgen. U bent geen kunstenaar. U bent een klaploper, meneer De Groot". Ik voelde hoe het mijn vader kwetste en hem in verlegenheid bracht. Ik vond het verschrikkelijk voor hem. We liepen hand in hand twee keer zo snel terug naar huis als op de heenweg. Ik moest rennen om hem bij te houden. " Wat een schoft", gromde hij onderweg. "Wat een schoft”. Thuis stond een zigeuner op de stoep. Mijn vader liet hem binnen en mijn moeder gaf hem een boterham met appelstroop.



Benefietvoorstellingen: 23, 24, 25 juni 2017
Aanvang: 20.00 uur, start voorstelling 20.30 (35 minuten), borrel
Locatie: Upstream Gallery, Kloveniersburgwal 95, Amsterdam
Prijs: €25,- inclusief drank.

Mail voor kaarten naar info@upstreamgallery.nl

 

Published: 7/6/2017